ECLI:NL:RBDHA:2022:14082
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet tijdig besluit asielaanvraag en oplegging dwangsom
Eiser heeft op 9 oktober 2021 een asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden, zoals bepaald in artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen. Eiser stelde verweerder op 7 juni 2022 rechtsgeldig in gebreke, waarna het beroep werd ingesteld wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank constateert dat verweerder geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot verlenging van de beslistermijn en dat het beroep kennelijk gegrond is. De rechtbank vernietigt het met een besluit gelijkgestelde niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €7.500, voor elke dag dat verweerder in gebreke blijft. De rechtbank wijst ook proceskosten toe aan eiser ter hoogte van €379,50. De rechtbank oordeelt dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND niet in strijd is met het Unierecht en wijst het beroep van eiser op eerdere jurisprudentie af.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit, draagt op binnen acht weken een besluit te nemen en legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500.