ECLI:NL:RBDHA:2022:13905
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening met Bulgarije
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Bulgarije volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of het besluit terecht is genomen.
De rechtbank concludeert dat de informatie in het terugnameverzoek aan Bulgarije niet onjuist of onvolledig is, ondanks enkele inconsistenties in de verklaringen van eiseres over haar verblijf in Turkije. Eiseres heeft onvoldoende bewijs geleverd dat zij het grondgebied van de EU-lidstaten voor ten minste drie maanden heeft verlaten, zodat de terugnameverplichting vervalt.
Verder is geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat Bulgarije zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat zij bij overdracht aan Bulgarije een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Ook de door eiseres aangevoerde bijzondere individuele omstandigheden, zoals haar relatie met een partner in Nederland en haar zwangerschap, rechtvaardigen geen uitzondering op de overdracht.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet te behandelen is ongegrond verklaard.