Partijen exploiteren gezamenlijk een vastgoedcomplex en er is een maatschap ontstaan die voor onbepaalde tijd geldt. Een van de maten, tevens eigenaar van een onverdeeld aandeel, heeft dit aandeel verkocht aan een derde en de maatschap opgezegd.
De rechtbank bevestigt dat de maatschap 'werkende weg' is ontstaan en dat deze voor onbepaalde tijd geldt. De opzegging door de maat was rechtsgeldig, aangezien er sprake was van verstoorde familieverhoudingen en financiële noodzaak. De termijn van opzegging was kort, maar redelijk gezien eerdere communicatie.
De verkoop van het onverdeeld aandeel is toegestaan omdat de maatschap door opzegging is ontbonden en het karakter is veranderd naar afwikkeling. Het beroep op beschikkingsonmacht en afspraken om niet te verkopen faalt. De vorderingen van de eiser worden afgewezen en het conservatoir beslag opgeheven.