ECLI:NL:RBDHA:2022:13390
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening beëindiging technische toelage defensiemedewerker
Eiser, een sergeant eerste klasse bij de Koninklijke Luchtmacht, werd in mei 2015 van zijn technische functie als onderhoudsmonteur afgehaald en op een burgerfunctie geplaatst, waarbij zijn technische toelage werd stopgezet via een afbouwregeling. Tegen de functietoewijzing en het verlengingsbesluit heeft eiser destijds geen rechtsmiddel ingesteld, waardoor deze besluiten in rechte vaststaan.
In mei 2021 verzocht eiser om met terugwerkende kracht de beëindiging van zijn technische toelage ongedaan te maken. Verweerder wees dit verzoek af, stellende dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die herziening rechtvaardigen volgens artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiser voerde aan dat hij pas in 2021 bekend werd met de Nota Technische Toelage, waarin een uitzondering is opgenomen voor situaties waarin een dwingend organisatiebelang bestaat.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen nieuw feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die herziening rechtvaardigen. De plaatsing op de burgerfunctie was in overleg en in het eigen belang van eiser, en niet vanwege een dwingend organisatiebelang. Eiser had destijds kunnen informeren of rechtsmiddelen kunnen inzetten. De enkele stelling dat hij niet eerder van de Nota wist, vormt geen novum. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot herziening van de beëindiging van de technische toelage wordt afgewezen.