Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
die lidstaat(cursivering door de rechtbank).
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Albanese nationaliteit, is bij besluit van 8 juni 2017 ongewenst verklaard in Nederland. Hij verzocht op 5 mei 2020 om opheffing van deze verklaring, maar dit verzoek werd afgewezen omdat hij niet voldeed aan de vereiste voorwaarde van vijf achtereenvolgende jaren verblijf buiten Nederland. Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, dat eveneens ongegrond werd verklaard.
In het beroep stelde eiser dat het Unierechtelijke openbare ordecriterium toegepast had moeten worden, aangezien zijn ongewenstverklaring gebaseerd is op een strafrechtelijke veroordeling en hij geen actuele bedreiging vormt. Verweerder stelde dat dit criterium niet van toepassing is vanwege een Europees Arrestatiebevel en de uitzonderingen in de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank stelde vast dat eiser op 15 mei 2017 aan Italië is overgeleverd, waardoor de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing is. Ook oordeelde de rechtbank dat de jurisprudentie waarop eiser zich baseert niet van toepassing is op zijn situatie, omdat zijn ongewenstverklaring dateert van na de implementatiedatum van de Terugkeerrichtlijn.
Omdat eiser zich ten tijde van het bestreden besluit niet in Nederland bevond en niet voldeed aan de vijfjaarseis, is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.