ECLI:NL:RBDHA:2022:12317
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M.H. van der Poort - Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens belangenafweging artikel 8 EVRM
Eiser, met de Somalische nationaliteit en een asielstatus in Italië, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij zijn partner en hun vier minderjarige kinderen in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan het mvv-vereiste en de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro negatief uitviel.
Eiser stelde dat verweerder onvoldoende rekening hield met overgelegde bewijsstukken en dat nader onderzoek naar de gevolgen voor de kinderen had moeten plaatsvinden. De rechtbank oordeelde dat verweerder de belangenafweging zorgvuldig en gemotiveerd had gemaakt, waarbij onder meer het ontbreken van een verblijfsvergunning in Nederland, het economisch belang van de staat en het ontbreken van objectieve belemmeringen om het gezinsleven in Italië te voeren, meewegen.
De rechtbank zag geen aanleiding voor nader onderzoek of het benoemen van een deskundige. De beroepsgronden van eiser werden ongegrond verklaard en het beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.