ECLI:NL:RVS:2019:2047
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 augustus 2017 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een ongegrond verklaard bezwaar door de staatssecretaris, verklaarde de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris het verblijf van de vreemdeling vóór 2012 niet had betrokken in de belangenafweging, terwijl de staatssecretaris juist het gehele verblijf sinds 1995 had meegewogen. Verder werd geoordeeld dat de rechtbank onterecht haar eigen oordeel gaf over de criminele antecedenten en het opgebouwde privéleven van de vreemdeling.
De Raad van State bevestigde dat de staatssecretaris een 'fair balance' heeft gevonden tussen het belang van de vreemdeling en het Nederlandse algemeen belang bij een restrictief toelatingsbeleid, mede gelet op de criminele veroordelingen van de vreemdeling en de verwachting dat hij zich in Somalië kan handhaven.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen, verklaarde het hoger beroep gegrond en liet het eerdere besluit op bezwaar gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, waardoor het eerdere besluit op bezwaar gehandhaafd blijft.