ECLI:NL:RBDHA:2022:12296
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken hoofdverblijf in gemeente
Eiser heeft op 27 augustus 2020 bijstand aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders van een gemeente. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser zijn hoofdverblijf niet in de gemeente had, maar bij zijn dochter in een andere plaats verbleef.
Eiser voerde aan dat hij al jaren in de gemeente woonde en werkte, maar door huisvestingsproblemen tijdelijk bij zijn dochter verbleef. De rechtbank stelde vast dat het zwaartepunt van het persoonlijk leven van eiser tijdens de beoordelingsperiode feitelijk bij zijn dochter lag, wat werd ondersteund door bankafschriften en verklaringen.
De rechtbank oordeelde dat het feit dat eiser in de Basisregistratie Personen stond ingeschreven en eerder in de gemeente woonde, onvoldoende is om zijn hoofdverblijf aan te nemen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiser zijn hoofdverblijf niet aannemelijk heeft gemaakt.