ECLI:NL:RBDHA:2022:12032
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verblijfsvergunning regulier wegens niet voldoen aan mvv-vereiste en oplegging inreisverbod
Eiser, een Georgische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij zijn echtgenoot in Nederland. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd vanwege het niet naleven van een eerdere terugkeerverplichting.
Eiser voerde aan dat hij vrijstelling van het mvv-vereiste zou moeten krijgen op grond van artikel 8 EVRM Pro wegens familieleven en medische omstandigheden van zijn echtgenoot, en dat het tegenwerpen van het mvv-vereiste tot een onredelijke hardheid leidt. De rechtbank oordeelde dat verweerder de belangenafweging zorgvuldig had gemaakt en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake is van een objectieve belemmering om het familieleven in Georgië voort te zetten.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat de medische situatie van de echtgenoot geen zodanige belemmering vormt en dat de asielrechtelijke gronden niet in deze procedure beoordeeld kunnen worden. Ook de hardheidsclausule werd niet van toepassing geacht omdat eiser geen bijzondere persoonlijke omstandigheden had aangevoerd.
De rechtbank bevestigde het rechtmatigheid van het opgelegde inreisverbod en oordeelde dat er geen schending van de hoorplicht had plaatsgevonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het opgelegde inreisverbod wordt ongegrond verklaard.