ECLI:NL:RBDHA:2022:11892
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verstrekkingen COA ondanks medische noodsituatie niet onrechtmatig
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het COA om haar verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) te beëindigen per 23 februari 2022. Zij beriep zich op bijzondere omstandigheden vanwege een medische noodsituatie, ondersteund door een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) en een uitstel van vertrek van de IND op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet (Vw).
De rechtbank overwoog dat hoewel uit het BMA-advies blijkt dat bij uitblijven van behandeling een medische noodsituatie op korte termijn kan ontstaan, dit op zichzelf onvoldoende is om de verstrekkingen te continueren. De rechtbank stelde vast dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de benodigde medische kosten niet onder de voorziening van artikel 10 Vw Pro vallen, die ook buiten de opvang aanspraak op zorg biedt.
Verder oordeelde de rechtbank dat de COA niet gehouden is tot opvang op grond van de Opvangrichtlijn, omdat eiseres geen lopend asielverzoek heeft. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit terecht is genomen en dat bij een eventueel nieuw BMA-advies en verlenging van uitstel van vertrek de verstrekkingen weer kunnen worden toegekend.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de griffierechtvrijstelling aan eiseres toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de verstrekkingen door het COA.