ECLI:NL:RBDHA:2022:11598
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken urgent woonprobleem en niet-toepassing hardheidsclausule
Eiseres, een COPD-patiënte, vroeg een urgentieverklaring aan vanwege gezondheidsklachten veroorzaakt door vocht en sigarettenrook in haar huidige kamerwoning. Verweerder wees het verzoek af op grond van meerdere weigeringsgronden uit de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, waaronder het ontbreken van zelfstandige woonruimte en het ontbreken van een urgent woonprobleem.
Eiseres stelde dat zij feitelijk dakloos is, onvoldoende kansen krijgt op zelfstandige woonruimte, en dat haar medische situatie verslechtert door de slechte woonomstandigheden. Tevens voerde zij aan dat de Huisvestingsverordening en het bestreden besluit in strijd zijn met hogere regelgeving en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder binnen zijn beleidsruimte redelijk heeft gehandeld en dat de weigeringsgronden terecht zijn toegepast. Eiseres had haar woonprobleem kunnen voorzien en onvoldoende aangetoond dat zij alles heeft gedaan om het op te lossen. Ook is onvoldoende onderbouwd dat zij niet op de particuliere markt kan huren. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat er geen onbillijkheden van overwegende aard zijn.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen urgentieverklaring krijgt en verweerder niet hoeft te vergoeden voor de gemaakte proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.