ECLI:NL:RBDHA:2022:1155
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk vrees voor vervolging en valse identiteit
Eiser, een Nigerese nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland met het verhaal dat hij vanwege Boko Haram niet naar Niger kon terugkeren. Hij stelde dat zijn moeder en vader door gewelddadige groeperingen waren vermoord en dat hij zelf gevaar liep. Verweerder erkende de algemene situatie en het overlijden van zijn ouders, maar achtte de identiteit en leeftijd van eiser niet aannemelijk vanwege eerdere asielaanvraag in Italië met andere gegevens.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de geloofwaardige elementen van het asielrelaas juist had beoordeeld en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk gevaar liep bij terugkeer naar Niger. De algemene veiligheidssituatie rechtvaardigde geen landgebonden asielbeleid en eiser had geen bewijs geleverd dat hij tot een risicogroep behoorde.
Ook het beroep op onzorgvuldige leeftijdsbepaling werd verworpen omdat verweerder conform de werkinstructies had gehandeld en mocht uitgaan van de Italiaanse registratie. Het gebruik van valse identiteit leidde tot afwijzing van de aanvraag als kennelijk ongegrond en een inreisverbod.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen met een inreisverbod van twee jaar.