ECLI:NL:RBDHA:2022:11298
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod voor veelpleger onvoldoende zorgvuldig gemotiveerd
Eiser, een veelpleger met een psychotische kwetsbaarheid en verslavingsproblemen, kreeg zijn verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken en een inreisverbod van tien jaar opgelegd. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank oordeelt dat het primaire besluit niet correct aan eiser is bekendgemaakt, maar dat dit geen nadeel opleverde omdat zijn gemachtigde tijdig op de hoogte was.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van eiser, waaronder zijn verminderde toerekeningsvatbaarheid en positieve vorderingen in zijn tbs-behandeling, zoals het afkicken van cocaïne. Hierdoor is de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro en het evenredigheidsbeginsel niet zorgvuldig en volledig gemotiveerd.
Daarnaast is eiser niet gehoord over zijn bezwaar, terwijl dit gezien de zwaarte van het besluit en de tijd tussen het voornemen en het bestreden besluit wel had moeten gebeuren. Dit leidt tot schending van de hoorplicht. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht en onvoldoende motivering.