Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;
4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
“a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen dan wel een poging daartoe heeft gedaan. De betrokkene beschikt niet over documenten en geeft aan dat hij op illegale wijze Europa is binnengekomen.”De rechtbank stelt vast dat de zware grond 3a inderdaad niet is aangekruist in de maatregel van bewaring, maar constateert ook dat deze zware grond wel in de maatregel van bewaring staat gemotiveerd. Op grond van de uitspraak van de Afdeling van 2 juli 2012 [7] mag deze grond daarom worden meegenomen. Eiser heeft de feitelijke juistheid van deze grond niet betwist.
Beslissing
www.rechtspraak.nl.