ECLI:NL:RBDHA:2022:11157
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Sudanese man wegens ontbreken reëel risico op vervolging of schending EVRM artikel 3
Eiser, een Sudanese man afkomstig uit Darfur, diende een asielaanvraag in die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De aanvraag werd beoordeeld aan de hand van het landgebonden asielbeleid en de actuele situatie in Sudan, waarbij verweerder stelde dat eiser tot een risicogroep behoort maar niet tot een kwetsbare minderheidsgroep.
Eiser voerde aan dat hij persoonlijk slachtoffer was van geweld door de Janjawid-militie, waaronder de dood van zijn vader en broer, en dat hij als terugkeerder een reëel risico loopt op ernstige schade. De rechtbank oordeelde echter dat deze feiten onvoldoende individualiserend waren om een gegronde vrees voor vervolging aan te nemen. Ook het risico als terugkeerder werd niet als specifiek en individueel aangetoond.
De rechtbank benadrukte het onderscheid tussen risicogroep en kwetsbare minderheidsgroep en concludeerde dat de beleidswijzigingen en ambtsberichten van 2019 en 2021 een gewijzigde situatie in Sudan weerspiegelen, waarbij niet-Arabische bevolkingsgroepen uit Darfur niet langer als kwetsbare minderheidsgroep worden aangemerkt. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de Sudanese asielzoeker wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen wegens het ontbreken van een individueel aannemelijk gemaakt reëel risico.