Uitspraak
en [eiseres](eiseres), eisers mede namens hun minderjarige kind
Rechtbank Den Haag
Eisers, van Iraanse nationaliteit, hebben opvolgende asielaanvragen ingediend met als grond hun bekering tot het christelijk geloof en een vermeende geloofsverdieping. De Staatssecretaris wees deze aanvragen af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op. Eisers stelden dat zij vanwege hun geloof niet veilig terug kunnen keren naar Iran en dat het inreisverbod hun gezinsleven schaadt.
De rechtbank toetste de geloofwaardigheid van de geloofsgroei aan de hand van jurisprudentie en werkinstructies, waarbij een verzwaarde bewijslast geldt bij opvolgende aanvragen. De verklaringen van eisers werden als summier en onvoldoende inzichtelijk beoordeeld, waarbij verweerder terecht stelde dat activiteiten en verklaringen niet compenseren voor het gebrek aan diepgewortelde overtuiging. Ook de verklaringen van derden werden niet doorslaggevend geacht.
Ten aanzien van het inreisverbod oordeelde de rechtbank dat dit ex-tunc getoetst moet worden en dat het herstel van contact met hun zoon na de besluiten niet in de beoordeling kon worden betrokken. Op het moment van besluitvorming was er geen sprake van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard en hoger beroep is mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielaanvragen af en bevestigt het inreisverbod van twee jaar.