ECLI:NL:RVS:2022:3062
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 december 2021 de asielaanvragen van de vreemdelingen af en legde een inreisverbod op. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 februari 2022 de beroepen ongegrond verklaarde. Hiertegen werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de wijze waarop de staatssecretaris opvolgende asielaanvragen beoordeelde, waarbij een eerder als ongeloofwaardig geachte bekering als grondslag diende, niet juist was. Dit volgt uit een eerdere uitspraak van 28 september 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2713). De grieven van de vreemdelingen slagen dan ook.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, evenals de besluiten van 10 december 2021. De staatssecretaris moet opnieuw besluiten nemen waarbij rekening wordt gehouden met de actuele feiten en omstandigheden. Verder wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.277,00 die door de vreemdelingen zijn gemaakt voor rechtsbijstand.
Uitkomst: De besluiten van afwijzing van de asielaanvragen en het inreisverbod worden vernietigd en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.