ECLI:NL:RVS:2019:2308
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing in hoger beroep tegen intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok bij besluit van 9 november 2016 de verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling met terugwerkende kracht per 24 juli 2012 in, legde hem een vertrekopdracht op en vaardigde een inreisverbod uit. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het reclasseringsrapport van 8 november 2017 bij haar beoordeling van het inreisverbod had betrokken, omdat dit rapport dateert van na het bestreden besluit. Tevens werd bevestigd dat het inreisverbod niet asielrechtelijk is en dat de vreemdeling een aanvraag tot opheffing kan indienen op grond van artikel 66b van de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de zaak terug. De rechtbank moet bij de hernieuwde beoordeling het inreisverbod en de bedreigingsgrond opnieuw beoordelen, rekening houdend met de overwegingen van de Afdeling. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.