ECLI:NL:RBDHA:2022:10566
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel van bewaring wegens vaststaande identiteit en nationaliteit
Eiseres, een Venezolaanse vrouw, was in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000 wegens onzekerheid over haar identiteit en nationaliteit. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de maatregel rechtmatig was tot het sluiten van het onderzoek waarop dat oordeel was gebaseerd.
In dit vervolgberoep staat centraal of de maatregel na het sluiten van dat onderzoek nog rechtmatig is. Verweerder stelde dat de bewaring noodzakelijk bleef vanwege het vaststellen van identiteit en nationaliteit en het verkrijgen van gegevens voor de asielaanvraag. Eiseres betwistte dit en verwees naar de asielbeschikking waarin haar identiteit en nationaliteit als geloofwaardig werden beschouwd, mede ondersteund door een authentieke Venezolaanse identiteitskaart.
De rechtbank oordeelde dat de situatie was gewijzigd doordat de identiteit en nationaliteit inmiddels vaststaan. Het verkrijgen van een vervangend reisdocument is geen reden voor verder onderzoek naar identiteit. Ook de grondslag voor bewaring ter beoordeling van de asielaanvraag was komen te vervallen omdat de asielaanvraag was beslist.
Daarom werd de maatregel van bewaring met ingang van 1 oktober 2022 onrechtmatig geacht en opgeheven per 10 oktober 2022. De rechtbank kende een schadevergoeding toe van €1000 voor tien dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten van €759.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is opgeheven en eiseres ontvangt een schadevergoeding van €1000.