De Stichting VluchtelingenWerk Nederland (VWN) vordert in kort geding dat de Staat en het COA de opvang van asielzoekers in Nederland, met name in nood- en crisisnoodopvanglocaties, menswaardig maken volgens Europese en internationale normen. VWN stelt dat de huidige opvang niet voldoet aan minimumnormen zoals slaapruimte, sanitaire voorzieningen, voedsel, gezondheidszorg en bescherming van kwetsbare groepen, waaronder alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s).
De Staat en het COA voeren verweer dat de civiele rechter niet bevoegd is en dat zij niet direct aan alle normen kunnen voldoen vanwege overbelasting van het asielstelsel, personeelstekorten en beperkte opvangcapaciteit. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat de civiele rechter wel bevoegd is, gezien de collectieve aard van de vordering en het gebrek aan effectieve bestuursrechtelijke rechtsbescherming voor asielzoekers in noodopvang.
De rechtbank stelt vast dat de opvang niet voldoet aan de normen uit de Europese Opvangrichtlijn en het EASO-richtsnoer en dat afwijking daarvan slechts voor een zo kort mogelijke redelijke termijn is toegestaan. De Staat en het COA worden veroordeeld om binnen negen maanden te zorgen voor adequate slaap- en sanitaire voorzieningen, binnen vier weken te zorgen voor financiële toelagen, toegang tot onderwijs en speelvoorzieningen voor minderjarige kinderen, en per direct toegang tot drinkwater, voedsel en noodzakelijke gezondheidszorg.
Daarnaast wordt het plaatsen van kwetsbare groepen in crisisnoodopvang verboden, en wordt een maximum gesteld aan het aantal en verblijfsduur van amv’s in de col in Ter Apel. Medische screening voorafgaand aan crisisnoodopvang wordt verplicht gesteld. Ook moeten vreemdelingen die zich melden bij het aanmeldcentrum in Ter Apel direct worden voorzien van een veilige slaapplaats, voedsel, water en sanitair. De Staat en het COA worden veroordeeld tot betaling van proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.