ECLI:NL:RBDHA:2021:9999

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 september 2021
Publicatiedatum
14 september 2021
Zaaknummer
AWB 20/6303
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep mvv-aanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een machtiging voorlopig verblijf (mvv). Dit beroep werd ingetrokken nadat eiser een nieuwe, complete aanvraag indiende waarop hem alsnog een mvv werd verleend. De rechtbank vroeg partijen om een standpunt over het procesbelang en de intrekking van het beroep.

De rechtbank overweegt dat een proceskostenveroordeling alleen mogelijk is indien het bestuursorgaan zijn standpunt herroept wegens onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit. In deze zaak is het bestreden besluit niet herroepen of gewijzigd; de nieuwe mvv-aanvraag werd toegekend op basis van volledigheid, niet vanwege fouten in het oorspronkelijke besluit.

Daarom is geen sprake van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb. Ook is niet gebleken dat het procesbelang anderszins is komen te vervallen door toedoen van verweerder. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt dan ook afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen door het bestuursorgaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/6303

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. F.A. van den Berg),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A.M. Luigjes).

ProcesverloopBij besluit van 14 januari 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om aan hem een machtiging voorlopig verblijf (mvv) te verlenen, afgewezen. Het daartegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 16 juli 2020 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Op 21 juli 2021 heeft verweerder de rechtbank schriftelijk geïnformeerd dat eiser op 28 oktober 2020 een nieuwe, complete aanvraag heeft ingediend. Aan hem is vervolgens een mvv verleend. Het is verweerder gebleken dat eiser inmiddels in Nederland verblijft.
De rechtbank heeft daarop per brief van 23 juli 2021 aan eiser gevraagd of hij hierin aanleiding ziet om het beroep in te trekken. Ook is aan partijen gevraagd om een standpunt in te nemen over het bestaan van procesbelang. Zij hebben hierop hun zienswijzen gegeven. Partijen hebben niet verzocht om een onderzoek ter zitting.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Niet is in geschil dat eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke behandeling van het beroep. Eiser heeft het beroep per brief van 22 juli 2021 ingetrokken en de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten en het griffierecht te restitueren.
De rechtbank oordeelt als volgt.
2. Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank – bij afzonderlijke uitspraak en met toepassing van artikel 8:75 Awb Pro – een bestuursorgaan in de proceskosten veroordelen, indien daarom bij de intrekking van het beroep wordt verzocht en verweerder geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen.
3. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
– zie onder meer de uitspraken van 31 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:676, en van 8 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1084 – volgt dat van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb alleen sprake is als het bestuursorgaan zijn standpunt zodanig heeft herzien dat daarmee wordt erkend dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was. Van tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb is geen sprake indien het bestuursorgaan het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit neemt op andere gronden dan door de indiener aangevoerd of vanwege gewijzigde omstandigheden.
4. De intrekking van het beroep is het gevolg van een inwilligend besluit van 1 februari 2021. Bij dit besluit is alsnog aan eiser een mvv verleend. Verweerder heeft het bestreden besluit niet ingetrokken of gewijzigd. In de onderhavige procedure was de aanvraag van eiser niet compleet, waardoor deze aanvraag is afgewezen. Bij de nieuwe aanvraag is eiser wel volledig geweest, waardoor de aanvraag is toegewezen. Er is dan ook geen sprake geweest van een herroeping van het bestreden besluit.
5. Van tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a van de Awb is dan ook geen sprake. Verder is niet gebleken van feiten of omstandigheden die moeten leiden tot de vaststelling dat het procesbelang anderszins door toedoen van verweerder is komen te vervallen. Er bestaat aldus geen aanleiding om verweerder tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen. Het verzoek zal worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, op 8 september 2021 openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
de griffier is buiten staat deze uitspraak
mee te ondertekenen
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.