Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
in de zaak met nummer: AWB 20/04099,
Rechtbank Den Haag
Eiser kreeg op 25 april 2020 een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wegens verblijf zonder rechtmatige titel in de EU. Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit op te schorten.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hem niet tegengeworpen kan worden dat hij geen zienswijze heeft ingediend op het voornemen tot oplegging van het inreisverbod. Ondanks tijdsdruk had eiser de mogelijkheid om schriftelijk een zienswijze in te dienen, eventueel via zijn gemachtigde. Daarnaast zijn de persoonlijke en economische belangen van eiser niet in de bestuurlijke fase naar voren gebracht, zodat deze niet worden betrokken bij de beoordeling.
De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat de duur van het inreisverbod onredelijk is. De vaste rechtspraak stelt dat een inreisverbod van twee jaar in principe niet in strijd is met de Terugkeerrichtlijn, tenzij bijzondere individuele omstandigheden worden aangetoond, wat hier niet het geval is.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Eiser hoeft geen griffierecht te betalen wegens betalingsonmacht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod van twee jaar wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.