Eiser, van Ghanese nationaliteit, had beroep ingesteld tegen het besluit van het Bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers om de Rva-verstrekkingen te beëindigen. Dit besluit was gebaseerd op een eerdere beslissing van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de aanvraag van eiser voor uitstel van vertrek buiten behandeling te stellen.
Nadat de staatssecretaris bij een beslissing op bezwaar alsnog uitstel van vertrek verleende tot 13 november 2021, trok eiser het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. Verweerder stelde dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard en dat vergoeding van proceskosten niet aan de orde was, omdat het nieuwe recht op Rva-verstrekkingen was ontstaan na het bestreden besluit.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet kan worden verweten gebruik te hebben gemaakt van zijn recht om rechtsmiddelen aan te wenden en dat het gewijzigde standpunt van de staatssecretaris niet aan eiser kan worden tegengeworpen. De rechtbank volgde de vaste jurisprudentie van verweerder niet en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van € 534,-. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 15 april 2021.