ECLI:NL:CRVB:2012:BY6374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Tijdens de procedure heeft het bestuursorgaan, de Sociale verzekeringsbank (Svb), aan appellant een wezenuitkering toegekend, waarmee het bestuursorgaan geheel tegemoet is gekomen aan appellant.
Appellant trok vervolgens het hoger beroep in en verzocht de Raad om de Svb te veroordelen in de proceskosten. De Svb voerde aan dat het oorspronkelijke besluit destijds juist was en dat de tegemoetkoming niet aan haar te wijten was, mede omdat appellant later een gerechtelijke procedure tot ontkenning van het vaderschap startte.
De Raad oordeelde dat op grond van artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in beginsel in de kosten kan worden veroordeeld, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. De door de Svb aangevoerde omstandigheden waren niet bijzonder. Daarom veroordeelde de Raad de Svb tot betaling van de proceskosten van appellant, begroot op € 437,-.
Uitkomst: De Sociale verzekeringsbank is veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 437,- aan appellant.