ECLI:NL:RBDHA:2021:8099
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vaste aanstelling ondanks keten van tijdelijke functies bij RVO
Eiseres was vanaf april 2014 via een uitzendbureau en daarna met twee tijdelijke aanstellingen werkzaam bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Zij stelde dat zij van rechtswege een vaste aanstelling had gekregen omdat zij gedurende meer dan drie jaar dezelfde werkzaamheden zou hebben verricht, ondanks functiewijzigingen.
De rechtbank stelt vast dat eiseres vanaf 1 januari 2017 in een andere functie met een andere functienaam en hogere salarisschaal is aangesteld dan daarvoor. De inhoud, vereiste vaardigheden en verantwoordelijkheden van de functies verschillen wezenlijk. Hierdoor is volgens de rechtbank geen sprake van dezelfde werkzaamheden in de ketenperiode zoals bedoeld in artikel 6 van Pro het ARAR.
Daarnaast heeft eiseres onvoldoende bewijs geleverd voor een toezegging van een vaste aanstelling. De rechtbank wijst ook het beroep op het vertrouwensbeginsel af. De stellingen over niet nagekomen werkafspraken en het niet treffen van een minnelijke schikking vallen buiten het geding. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de tijdelijke aanstelling eindigde van rechtswege per 1 januari 2020.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat geen vaste aanstelling van rechtswege is ontstaan.