ECLI:NL:RBDHA:2021:8047
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiseres, met de Somalische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit was gebaseerd op artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, waarbij Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen.
Eiseres voerde aan dat de aanvraag aan Nederland had moeten worden toegekend op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening vanwege vermeende structurele tekortkomingen in de opvang in Frankrijk en de aanwezigheid van haar zus en pleegmoeder in Nederland. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat de opvang in Frankrijk onvoldoende is. Haar stelling dat zij op straat werd gezet toen zij zwanger was, was onvoldoende onderbouwd.
Ook was niet vastgesteld dat de zus een gezinslid was in de zin van de Dublinverordening of dat er sprake was van afhankelijkheid. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen aanleiding zag om de aanvraag aan zich te trekken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.