ECLI:NL:RBDHA:2021:7762
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen box 3 heffing 2016 deels gegrond, verzuimboete en Zvw-aanslag gehandhaafd
Eiseres maakte bezwaar tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2016, waaronder een verzuimboete wegens te late aangifte. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar tegen de box 3-heffing ten onrechte niet als massaal bezwaar was aangewezen en draagt verweerder op het bezwaar opnieuw te behandelen conform de aanwijzing van de staatssecretaris.
De rechtbank stelt vast dat de aangifte IB/PVV te laat is ingediend, waardoor de verzuimboete terecht is opgelegd. Het bezwaar tegen de boetebeschikking wordt daarom ongegrond verklaard. Het bezwaar tegen de Zvw-aanslag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang, omdat de aanslag nihil is vastgesteld.
Verder is de hoorplicht geschonden doordat eiseres niet is gehoord, maar dit leidt niet tot terugwijzing omdat alsnog horen geen andere uitkomst zal geven. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht aan eiseres. Het beroep is deels gegrond en deels ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor het bezwaar tegen de box 3-heffing en ongegrond voor de verzuimboete en Zvw-aanslag; het bezwaar tegen de box 3-heffing wordt opnieuw behandeld.