Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 4 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Tevens heeft verweerder ambtshalve bepaald dat eiser niet in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en dat aan hem evenmin uitstel tot vertrek wordt verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vw 2000. Verder is eiser een vertrektermijn onthouden en is tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd voor de duur van twee jaar.
Overwegingen
Beslissing
verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;