Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 14 februari 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het tussenvonnis van 30 september 2020, waarbij partijen in de gelegenheid zijn gesteld zich uit te laten over de wijze van voortprocederen;
- de akte overlegging producties van Deltaplein van 27 mei 2021, met producties;
- de akte overlegging productie van de Gemeente van 27 mei 2021, met één productie;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 27 mei 2021.
2.De feiten
- dat de gemeente voornemens is om aan Deltaplein een bedrag als subsidie te verstrekken ten behoeve van het onrendabele deel van de exploitatie van het Project Deltaplein, maar
- met een maximum van € 3.063.133,00 vrij van BTW (waarvan het deel van€ 2.700.000,00 mln. vermeerderd wordt met rente), onder de voorwaarde dat de Europese Commissie het verstrekken van de subsidie als rechtmatig beoordeelt;
- om zekerheid te verkrijgen omtrent de rechtmatigheid van de verstrekking van de subsidie heeft de gemeente bij de Europese Commissie 16 januari 2012 een staatssteunmelding ingediend;
- dat de Europese Commissie bij brief van 17 april 2012 vragen heeft gesteld naar aanleiding van de staatssteunmelding;
- dat de vragen door de gemeente bij brief 30 mei 2012 zijn beantwoord nadat de gemeente ter zake overleg heeft gevoerd met Deltaplein;
dat partijen minnelijk tot onderstaande anterieure overeenkomst zijn gekomen.
3.Het geschil
€ 2.420.548 is op grond van de subsidiebeschikking toegekend. De uitbetaling daarvan is onderwerp van een bestuursrechtelijke procedure. In de onderhavige procedure vordert Deltaplein betaling van de in de realisatieovereenkomst overeengekomen financiële vergoeding met aftrek van het bedrag van € 2.420.548. Dit resulteert in een bedrag van