ECLI:NL:RBDHA:2021:7124
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens onvoldoende motivering en schending hoor- en evenredigheidsbeginsel
Eiser, staatloos en voormalig houder van een verblijfsvergunning, werd ongewenst verklaard vanwege een 1F-status gerelateerd aan een poging tot liquidatie in 1997. Verweerder baseerde de ongewenstverklaring op het gevaar voor de openbare orde en internationale betrekkingen, zonder eiser te horen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging vormt. Het tijdsverloop en het positieve gedrag van eiser sinds 1997 zijn onvoldoende meegewogen. Ook ontbreekt een deugdelijke belangenafweging in het kader van het evenredigheidsbeginsel, waarbij verweerder nalaat te onderzoeken of minder ingrijpende maatregelen mogelijk zijn.
Daarnaast is ten onrechte afgezien van het horen van eiser in de bezwaarprocedure. Gezien deze gebreken wordt het bestreden besluit vernietigd en moet verweerder een nieuwe beslissing nemen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd en verweerder moet een nieuwe beslissing nemen.