ECLI:NL:RBDHA:2021:5728
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, betwist het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd door verweerder op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank toetst of sinds de eerdere uitspraak van 2 april 2021 de maatregel nog rechtmatig is. Eiser voert aan dat er onvoldoende zicht is op uitzetting naar Algerije vanwege het lange tijdsverloop sinds de aanvraag van het laisser-passer en het uitblijven van reactie van de Algerijnse autoriteiten.
Verweerder stelt dat het terugkeerproces tijdelijk stil lag door de coronapandemie, maar dat de situatie verbetert en de Algerijnse autoriteiten hebben toegezegd presentaties te hervatten vanaf 26 mei 2021. De rechtbank weegt dat de diplomatieke betrekkingen goed zijn en dat de Algerijnse autoriteiten bereid zijn lp’s af te geven. Eiser heeft onvoldoende actie ondernomen om zijn terugkeer te bevorderen.
De rechtbank concludeert dat er concreet zicht is op uitzetting en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G. Leijten en griffier L.G.G.M. van Buggenum op 17 mei 2021 en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard wegens voldoende zicht op uitzetting naar Algerije.