ECLI:NL:RBDHA:2021:5676
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering uitstel van vertrek wegens ontbreken medische noodsituatie
Eiseres, van Burundese nationaliteit, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, maar dit werd geweigerd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Na bezwaar en een bestreden besluit, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat eiseres voldoende procesbelang heeft om het beroep inhoudelijk te behandelen, ondanks dat zij tijdelijk niet met uitzetting wordt bedreigd vanwege uitstel voor haar zoon.
Het Bureau Medische Advisering (BMA) concludeerde dat eiseres in staat is te reizen en dat het uitblijven van medische behandeling niet zal leiden tot een medische noodsituatie op korte termijn. Eiseres stelde dat een crisissituatie bij gedwongen uitzetting niet kan worden uitgesloten, maar dit werd niet onderbouwd met medische informatie. De rechtbank achtte het BMA-advies zorgvuldig en volledig en vond geen reden om daaraan te twijfelen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.