Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 mei 2021 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Gouda, verweerder
Procesverloop
23 november 2020 een deskundigenbericht uitgebracht. Eiseres heeft op 3 februari 2021 op het STAB-rapport gereageerd. Op 4 februari 2021 heeft verweerder zijn reactie op het STAB-rapport ingediend.
Overwegingen
H. Netten (Netten), bijgestaan door een externe constructeur, ing. W. van Leeuwen, van adviesbureau Peters & Van Leeuwen B.V. (Peters & Van Leeuwen; thans Pelecon B.V.).
- het ontoegankelijk maken van het perceel en de daarop aanwezige bebouwing;
- het stutten van de bebouwing ter voorbereiding van de sloopwerkzaamheden;
- het slopen van de bebouwing voor zover nodig om het instortingsgevaar weg te nemen;
- het afvoeren van het vrijkomende sloopafval;
- het zodanig stutten van de (eventueel) na de sloop resterende bebouwing dat geen gevaar ontstaat.
10 december 2018 concludeert Geelhoed dat de kerk zich in een zeer slechte constructieve staat bevindt en dat niet valt uit te sluiten dat de kerk kan instorten. De reeds uitgevoerde stut- en sloopwerkzaamheden beperken dit gevaar volgens Geelhoed, maar nemen het niet weg. De stutwerkzaamheden zijn namelijk onvoldoende om de kerk in zijn huidige toestand voor langere tijd in stand te laten zonder instortingsgevaar. Een spoedige sloop is daarom noodzakelijk. Volgens Geelhoed is het slopen van de kerk tot zes meter vanaf het maaiveld een veilige hoogte. Er zijn dan geen versterkingen nodig en het instortingsgevaar zal vermoedelijk zijn geweken, aldus Geelhoed.
.Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.335,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor het indienen van een schriftelijke zienswijze op het rapport van de STAB, met een waarde per punt van € 534,- en wegingsfactor 1).
Beslissing
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit I gegrond;
- vernietigt bestreden besluit I;
- herroept het primaire besluit;
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit II gegrond;
- vernietigt bestreden besluit II;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten;
- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1.335,-;
- bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht ten bedrage van € 345,-aan haar vergoedt.
mr. J. Schaaf, leden, in aanwezigheid vanmr. R.A.E. Bach, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 mei 2021.