ECLI:NL:RBDHA:2021:4690
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende geloofwaardigheid vlucht wegens vrouwenbesnijdenis
Eiseres, van Nigeriaanse nationaliteit, verzocht om asiel vanwege de vrees voor aanstaande vrouwenbesnijdenis voor haarzelf en haar dochter. Verweerder wees de aanvraag af omdat het vluchtverhaal niet geloofwaardig werd bevonden en onvoldoende onderbouwd was met actuele en specifieke informatie over de praktijk binnen haar bevolkingsgroep.
De rechtbank oordeelde dat verweerder tijdens het gehoor en de besluitvorming voldoende rekening had gehouden met het Forensisch Medisch Maatschappij Utrecht-advies en dat eiseres niet onterecht was geconfronteerd met tegenstrijdigheden in haar verklaringen. De rechtbank vond dat de verklaringen van eiseres over haar leeftijd en die van haar zussen onwaarschijnlijk waren en dat zij onvoldoende gedetailleerd had verklaard over de traditie van vrouwenbesnijdenis binnen haar gemeenschap.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder terecht uitging van actuele rapporten waaruit blijkt dat vrouwenbesnijdenis binnen de bevolkingsgroep Ishan, waartoe eiseres behoort, relatief weinig voorkomt en dat het risico op besnijdenis op latere leeftijd gering is. Ook voor de minderjarige kinderen werd geen gegronde vrees vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep op de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid en onvoldoende risico op vrouwenbesnijdenis is ongegrond verklaard.