ECLI:NL:RVS:2020:2959
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 18 juli 2019 de aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 20 september 2019 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar overwegingen.
De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. Hij stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat hij de vreemdeling tijdens het nader gehoor had moeten confronteren met ontbrekende elementen, inconsistenties of tegenstrijdigheden in het asielrelaas. Volgens de staatssecretaris boden de mogelijkheden om het rapport van het nader gehoor te corrigeren en een zienwijze uit te brengen voldoende waarborgen.
De Raad van State oordeelde echter dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de staatssecretaris de vreemdeling niet had geconfronteerd met een groot aantal tegenstrijdigheden tijdens het nader gehoor, terwijl dat wel van hem gevraagd mocht worden. Dit oordeel werd niet door de staatssecretaris bestreden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ten bedrage van €525,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond.