ECLI:NL:RBDHA:2021:4305
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en afwijzing schadevergoeding termijnoverschrijding
Eiser maakte bezwaar tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, stellende dat de waarde te hoog was vanwege gedateerde voorzieningen, achterstallig onderhoud en een slecht energielabel. Verweerder onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatieverslag en een vergelijkingsmatrix met meerdere referentieobjecten in de buurt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde van € 665.000 niet te hoog was vastgesteld. De vergelijkingsobjecten waren vergelijkbaar qua type en locatie, waarbij rekening was gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceelgrootte en onderhoudsstaat. Eiser had onvoldoende onderbouwing gegeven voor zijn lagere waarde van € 615.000.
Daarnaast verzocht eiser om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelde vast dat tussen het indienen van het bezwaar en de uitspraak meer dan twee jaar was verstreken, maar dat vanwege de coronamaatregelen een bijzondere omstandigheid bestond die de termijn verlengde. Daarom werd het verzoek afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter E.E. Schotte op 16 april 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding is afgewezen.