ECLI:NL:RBDHA:2021:4096
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser betoogt dat verweerder ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt van artikel 17 van Pro de Dublinverordening en dat hij in Italië in een onveilige en schrijnende situatie terecht zal komen.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten opzichte van Italië, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in eerdere uitspraken. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat in zijn geval van dit vertrouwensbeginsel moet worden afgeweken. De aangevoerde informatie, waaronder het AIDA-rapport en het oordeel van het VN-mensenrechtencomité, rechtvaardigen geen uitzondering.
Daarnaast blijkt uit het persoonlijk relaas van eiser dat hij in Italië een asielaanvraag heeft kunnen doen, opvang heeft ontvangen en dat Italië een nieuwe aanvraag in behandeling zal nemen. De rechtbank acht de omstandigheden van eiser niet zodanig bijzonder dat verweerder artikel 17 had Pro moeten toepassen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 20 april 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.