ECLI:NL:RBDHA:2021:4049
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag verblijfsvergunning asiel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ingediend op 1 april 2019. De beslistermijn verstreek op 1 oktober 2019 en eiser stelde verweerder bij brief van 8 april 2020 in gebreke. Het beroep werd op 11 december 2020 ingediend en door de rechtbank ontvankelijk verklaard.
De rechtbank overweegt dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en dat het beroep daarom ontvankelijk is. Verweerder stelde dat sprake was van een bijzonder geval, maar de rechtbank acht de omstandigheden niet zodanig dat een afwijkende termijn moet worden gesteld. Wel draagt de rechtbank verweerder op binnen acht weken na de uitspraak een eerste gehoor te houden en binnen acht weken na dat gehoor te beslissen, met een maximale termijn van zestien weken bij overgang naar de verlengde asielprocedure.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500,- opgelegd voor overschrijding van de termijnen. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442,-. Verweerder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiser ad €267,-. De uitspraak is gedaan door rechter A.E. Dutrieux en griffier D.M. Biermann.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard wegens overschrijding beslistermijn, met oplegging termijnen, dwangsommen en proceskosten aan staatssecretaris.