ECLI:NL:RBDHA:2021:4047
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag verblijfsvergunning asiel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ingediend op 9 september 2019. De beslistermijn verstreek op 9 maart 2020, waarna eiser verweerder op 17 maart 2020 schriftelijk in gebreke stelde. Het beroep werd op 14 september 2020 ingediend en is ontvankelijk verklaard.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van overschrijding van de beslistermijn en verklaart het beroep gegrond. Gezien de bijzondere omstandigheden, waaronder het feit dat de asielprocedure nog niet is gestart, wordt een aangepaste termijn vastgesteld: binnen acht weken na uitspraak dient een eerste gehoor te worden gehouden. Indien de aanvraag overgaat naar de verlengde asielprocedure, moet binnen acht weken na dat gehoor een besluit worden genomen, uiterlijk zestien weken na de uitspraak.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor het niet naleven van deze termijnen. Tevens wordt de reeds verbeurde dwangsom vastgesteld op €1.442. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser, begroot op €267. De uitspraak is gedaan door rechter A.E. Dutrieux.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen gestelde termijnen te beslissen onder dreiging van dwangsommen.