ECLI:NL:RBDHA:2021:3952
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan middelenvereiste en gezinsrelatie
Eiseres, een minderjarige met de Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op basis van familie- en gezinshereniging met haar vader, die een verblijfsvergunning asiel bezit. De aanvraag werd door verweerder afgewezen wegens het ontbreken van een geldig reisdocument, onvoldoende bewijs van de familierechtelijke relatie en het niet voldoen aan het middelenvereiste.
In beroep betoogde de referent dat de aanvraag als nareis had moeten worden behandeld en dat de termijnoverschrijding te wijten was aan nalatigheid van Vluchtelingenwerk. Tevens werd aangevoerd dat de Gezinsherenigingsrichtlijn en jurisprudentie een ruimere interpretatie van gezinsleven vereisen en dat het middelenvereiste niet passend werd toegepast.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag een reguliere aanvraag betrof en niet als nareis kon worden behandeld. Het middelenvereiste is een zelfstandige afwijzingsgrond en verweerder mocht concluderen dat referent niet duurzaam over voldoende middelen beschikte. De overige beroepsgronden behoefden geen bespreking meer. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.