ECLI:NL:RBDHA:2016:13322
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf voor nareis moeder meerderjarige asielzoeker
Eiseres verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis als moeder van een meerderjarige asielzoeker (referent). Verweerder wees de aanvraag af omdat deze niet binnen drie maanden na verlening van de verblijfsvergunning asiel was ingediend en omdat eiseres niet tot de groep personen behoort die volgens artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000 (Vw) in aanmerking komt voor nareis.
De rechtbank oordeelde dat eiseres een verschoonbare reden had voor de termijnoverschrijding. Dit was gebaseerd op het advies van Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) om de aanvragen te splitsen, waardoor verwarring ontstond over de termijn. Ook was aannemelijk dat door het indienen van de aanvraag voor de echtgenote en kinderen van referent de nareistermijn voor eiseres en haar zoon was veiliggesteld.
Desondanks wees de rechtbank het beroep af omdat eiseres als moeder van een meerderjarige niet tot de groep nareizende gezinsleden behoort die volgens artikel 29 Vw Pro in aanmerking komen voor nareis. De rechtbank bevestigde dat deze beleidskeuze niet in strijd is met de Gezinsherenigingsrichtlijn en het Unierecht.
De rechtbank concludeerde dat de termijnoverschrijding in redelijkheid niet aan eiseres kon worden tegengeworpen, maar dat de aanvraag inhoudelijk niet kon worden toegewezen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet tot de groep nareizende gezinsleden behoort en de termijnoverschrijding wel verschoonbaar is.