Uitspraak
[B] ,eiseres
, en [minderjarige], hun
Rechtbank Den Haag
Eisers, Roma uit Noord-Macedonië, vroegen asiel aan met het argument dat zij geen woonruimte en financiële middelen hebben en niet bij familie kunnen verblijven, waardoor zij op straat zouden moeten leven. Verweerder erkende hun identiteit en nationaliteit, maar stelde dat Noord-Macedonië een veilig land van herkomst is en wees de asielaanvragen af als kennelijk ongegrond.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin Noord-Macedonië als veilig land van herkomst is aangemerkt, ook voor Roma. Eisers hebben geen nieuwe feiten of verslechterde omstandigheden aangetoond die dit oordeel zouden moeten wijzigen. Hun verwijzingen naar rapporten van internationale organisaties boden geen aanleiding tot een ander oordeel.
Verder is niet aannemelijk gemaakt dat eisers stelselmatig worden gediscrimineerd of dat hun bestaansmogelijkheden ernstig beperkt zijn. Zij beschikten over paspoorten, waren werkzaam en konden gecontroleerd vertrekken. Ook het ontbreken van hulp van autoriteiten werd niet voldoende onderbouwd.
De rechtbank oordeelt dat het algemene rechtsvermoeden geldt dat Noord-Macedonië veilig is voor eisers en dat zij niet aannemelijk hebben gemaakt dat dit voor hen anders is. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard. Ook het beroep op een vertrektermijn wordt afgewezen omdat bij kennelijk ongegronde asielaanvragen geen vertrektermijn hoeft te worden toegekend.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielaanvragen van eisers af omdat Noord-Macedonië als veilig land van herkomst geldt en zij onvoldoende individuele omstandigheden hebben aangetoond.