ECLI:NL:RBDHA:2021:3489
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens twijfel aan identiteit en nationaliteit ondanks taalanalyse en documenten
Eiser heeft een verzoek tot naturalisatie ingediend dat is afgewezen door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie vanwege twijfel aan zijn identiteit en nationaliteit. Deze twijfel is gebaseerd op een taalanalyse uitgevoerd door het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT), die concludeerde dat eiser niet afkomstig is uit de opgegeven regio in Zuid-Soedan, maar uit Noord-Soedan. Daarnaast werden de overgelegde documenten, waaronder een geboorteakte die als vals werd beoordeeld, een Age Estimation Certificate (AEC), een Soedanees paspoort en een certificaat van niet-registratie, niet als voldoende bewijs geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat zijn spraak beïnvloed is door zijn jeugd en dat deskundigen van de Universiteit van Keulen zijn afkomst bevestigen. Hij stelde dat de taalanalyse onvoldoende rekening hield met zijn verhaal en dat hij bereid is aanvullende taalopnames te laten maken. Ook betoogde hij dat zijn geboorteakte gestolen is en dat het AEC daarom is afgegeven. De rechtbank oordeelde echter dat de taalanalyse zorgvuldig was uitgevoerd en dat de contra-expertise onvoldoende aanleiding gaf om aan de conclusies te twijfelen.
Verder concludeerde de rechtbank dat de documenten niet overtuigend waren, mede omdat het identificatieproces voorafgaand aan de afgifte van het paspoort niet was aangetoond en de chronologie van de documenten verwarring schept. De verklaringen van de ambassade konden de twijfels niet wegnemen. De rechtbank benadrukte dat het aan eiser is om zijn identiteit en nationaliteit overtuigend aan te tonen en dat hij een nieuw verzoek kan indienen zodra hij dit beter kan onderbouwen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit.