Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2021 in de zaak tussen
[B.V.] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
22 november 2017 en 12 december 2017 heeft eiseres de volgens de aangiften verschuldigde Bpm van € 4.115 respectievelijk € 12.855 voldaan.
12 november 2019. Bij die uitnodiging zit een lijst met de zaken waarop dat hoorgesprek betrekking heeft. Op die lijst staan ook de rentebeschikkingen vermeld. Uit het verslag van het hoorgesprek op 12 november 2019 blijkt dat de gemachtigde daar aanwezig was zodat hij de gelegenheid heeft gehad zich uit te laten over de rentebeschikkingen. Het enkele feit dat de rentebeschikkingen niet worden vermeld in het verslag van het hoorgesprek, betekent dan ook niet dat de hoorplicht is geschonden.
(€ 9 en € 25) en de beperkte overschrijding van de redelijke termijn vormen voor de rechtbank echter aanleiding om geen vergoeding voor immateriële schade aan eiseres toe te kennen.
Beslissing
mr. G.E. Brummel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 april 2021.