ECLI:NL:RBDHA:2021:3381
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bevordering tot soldaat eerste klasse wegens niet afgeronde opleiding
Eiser, soldaat der tweede klasse bij de Koninklijke Landmacht, verzocht om bevordering tot soldaat der eerste klasse met ingang van 18 januari 2017. Deze bevordering werd afgewezen omdat eiser de Algemeen Militaire Opleiding (AMO) nog niet had afgerond op het moment van het verzoek. Eiser had vertraging opgelopen door een knieblessure, die hij toeschreef aan het lopen met te zware bepakking tijdens de opleiding.
De rechtbank overwoog dat bevordering tijdens de initiële opleiding pas mogelijk is na afronding van de AMO en dat de vertraging alleen kan leiden tot bevordering als deze het gevolg is van organisatorische redenen of omstandigheden die niet voor rekening of risico van eiser komen. De stelling van eiser dat zijn blessure door de militaire dienst is veroorzaakt, werd onvoldoende onderbouwd en niet als organisatorische reden erkend.
Daarnaast wees de rechtbank het beroep op het gelijkheidsbeginsel af. Eiser verwees naar collega’s die wel met terugwerkende kracht waren bevorderd, maar deze gevallen bleken het gevolg van fouten die het bestuursorgaan niet verplicht is te herhalen. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het af.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van bevordering tot soldaat der eerste klasse wordt ongegrond verklaard omdat de initiële opleiding niet was afgerond en de vertraging niet als niet voor rekening komende omstandigheid is aangemerkt.