ECLI:NL:RBDHA:2021:3365
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wob-verzoek buiten behandeling gesteld wegens misbruik van recht voor schadevergoeding
Eiser heeft een Wob-verzoek ingediend gericht op openbaarmaking van correspondentie en data van het ministerie van Justitie en Veiligheid sinds 2015. Verweerder stelde het verzoek buiten behandeling wegens misbruik van recht, omdat het verzoek niet was gericht op het verkrijgen van informatie maar op het afdwingen van een schadevergoeding.
Eiser betwistte dit en stelde dat schuld en aansprakelijkheid erkend waren door het college van Procureurs-Generaal. Hij maakte bezwaar tegen het primaire besluit en stelde dat zijn Wob-verzoek geen misbruik van recht bevatte. De rechtbank overwoog dat de vraag over de schadevergoeding buiten dit geschil valt en dat het Wob-verzoek kennelijk werd gebruikt als drukmiddel.
Hoewel verweerder aannemelijk maakte dat sprake was van misbruik van recht, oordeelde de rechtbank dat het bestreden besluit op een punt onvoldoende gemotiveerd was, maar dat dit niet tot vernietiging leidt. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser werd vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van het Wob-verzoek wordt ongegrond verklaard.