Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 24 maart 2021;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte van 31 augustus 2019, blz. 379 – 383;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige] van 30 augustus 2019, blz. 356 – 360;
- het proces-verbaal van verhoor van [getuige] , op 12 februari 2020 opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier;
- een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut betreffende pathologieonderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet-natuurlijke dood, opgesteld door dr. H.H. de Boer, arts en patholoog, op 6 september 2019, met bijlagen, blz. 321 – 328.
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 24 maart 2021;
- het proces-verbaal van aangifte van 9 juni 2019, blz. 3 – 5;
- het proces-verbaal van verhoor getuige van 9 juni 2019, blz. 12 – 13;
- het proces-verbaal van verhoor getuige van 9 juni 2019, blz. 14 – 15;
- het proces-verbaal van bevindingen van 9 juni 2019, blz. 22 – 23;
- een geschrift, te weten een medische verklaring ten name van [slachtoffer 2] ,
van[slachtoffer 1] te steken;
subsidiair
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte
5.De strafoplegging
6.De vorderingen van de benadeelde partijen / de schadevergoedingsmaatregel
Besluit vergoeding affectieschade,waarin is aangegeven dat indien sprake is van nabestaanden (kinderen) van een slachtoffer dat door een misdrijf om het leven is gekomen, per persoon een bedrag van € 20.000,00 toewijsbaar is.
Besluit vergoeding affectieschade,waarin is aangegeven dat indien sprake is van nabestaanden (kinderen) van een slachtoffer dat door een misdrijf om het leven is gekomen, per persoon een bedrag van € 20.000,00 toewijsbaar is.
Besluit vergoeding affectieschade,waarin is aangegeven dat indien sprake is van nabestaanden (kinderen) van een slachtoffer dat door een misdrijf om het leven is gekomen, per persoon een bedrag van € 20.000,00 toewijsbaar is.
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
8(
ACHT)
JAREN;
benadeelde partijen[benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4]
toeen veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan
benadeelde partij[benadeelde 5]
gedeeltelijk toetot een bedrag van € 2.935,84 en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 27 augustus 2019, tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [benadeelde 5] ;
verplichting tot betaling aan de Staatvan een bedrag, telkens vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 27 augustus 2019, van:
niet-ontvankelijkin de vordering en bepaalt dat deze benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;