Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 31 maart 2021 in de zaak tussen
Stichting [eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
de Autoriteit Persoonsgegevens, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Het nemo tenetur-beginsel
De rechten van verdediging
De grondslag van de boete en de last onder dwangsom
Het legaliteitsbeginsel
Het gelijkheidsbeginsel
De hoogte van de boete; evenredigheid
.Ook de boeteverhogende factor “nalatige aard” heeft zich naar het oordeel van de rechtbank voorgedaan. Hiertoe wordt overwogen dat eiseres niet de juiste maatregelen heeft getroffen nadat het datalek zich heeft voorgedaan. Dit klemt temeer nu eiseres heeft aangevoerd voorafgaand aan het datalek in 2018 simpelweg geen tijd te hebben gehad voor regelmatige controle van de logbestanden. Verweerder heeft terecht gesteld dat eiseres eerder initiatief had moeten tonen. De rechtbank volgt de stelling van eiseres dat de onderbouwing van de eerste verhoging op hetzelfde neerkomt als de onderbouwing van de tweede verhoging dan ook niet. Verder heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat aan de boetebepalende factor zoals vermeld in artikel 7, aanhef en onder c, van de Boetebeleidsregels 2019, niet is voldaan, nu geen sprake is van maatregelen die de door betrokkenen geleden schade beperken.
.