ECLI:NL:RBDHA:2021:2433
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op volledige doorbetaling salaris wegens niet-erkend dienstongeval
Eiser, medewerker service met specialisatie reiniging bij de gemeente, was sinds 5 januari 2019 langer dan zes maanden gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Hij vorderde volledige doorbetaling van zijn salaris omdat hij stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid in en door de dienst was ontstaan door twee ongevallen tijdens het werk.
Verweerder had echter besloten dat eiser recht had op 90% doorbetaling van salaris en salaristoelagen, conform de geldende regeling, omdat geen sprake was van een dienstongeval. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde hij beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tijdig was ingediend, ondanks een formele overschrijding, vanwege het ontbreken van een juiste bezwaarprocedure-informatie en het contact met de HRM-servicedesk binnen de termijn. Uit het dossier bleek dat het tweede ongeval op de milieustraat geen verhoogd risico inhield, omdat de omstandigheden zoals rommel en betonnen randen gebruikelijk zijn in die werkomgeving.
De rechtbank concludeerde dat het ongeval een ongelukkig toeval was en niet viel onder de definitie van een dienstongeval zoals bedoeld in de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling sector gemeenten. Ook was er geen sprake van onvoldoende onderzoek door verweerder. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de korting op het salaris blijft gehandhaafd omdat geen sprake is van een dienstongeval.