ECLI:NL:CRVB:2013:1934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- B.J. van de Griend
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ontslag en bezoldigingskorting ambtenaar na arbeidsongeschiktheid
Appellante, een ambtenaar, werd geconfronteerd met een korting van haar bezoldiging wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. De Raad bevestigde dat de brief waarin de korting werd meegedeeld een besluit was waartegen bezwaar openstond, en verklaarde het bezwaar van appellante tegen latere salarisspecificaties niet-ontvankelijk wegens het missen van tijdige bezwaarprocedure.
Verder werd een eerdere weigering tot uitbetaling van verlofuren over 2007 en 2008 ingetrokken door de minister, waardoor het hoger beroep hierover niet-ontvankelijk werd verklaard. Ook het hoger beroep tegen het ongeschiktheidsontslag werd niet-ontvankelijk verklaard nadat het besluit was ingetrokken.
Tenslotte oordeelde de Raad over een nieuw ontslagbesluit waarbij partijen verdeeld waren over de ingangsdatum, een mogelijke plus boven werkloosheidsuitkeringen en een pensioenbreukvergoeding. De Raad stelde vast dat de minister op goede gronden 1 juli 2012 als ontslagdatum koos, zag geen reden voor een plusvergoeding of pensioenbreukvergoeding en verklaarde het beroep tegen het nieuwe ontslagbesluit ongegrond.
De Raad bepaalde tevens dat de minister de griffierechten en proceskosten van appellante vergoedt. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 oktober 2013.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe ontslagbesluit is ongegrond verklaard en het hoger beroep tegen eerdere besluiten niet-ontvankelijk wegens vervallen procesbelang.